Icefields Parkway – hoogtepunten uit the Rocky Mountains

Fransen zijn poëeten. Zij noemen het mooiste stukje Canada dat ik heb gezien: la promenade des Glaciers. Ook de Engelse naam heeft wel wat: the Icefields Parkway. Maar al die mooie woorden zijn ontoereikend om de werkelijke schoonheid te benaderen. Zelfs foto’s geven maar een beperkt beeld. Dit wordt een reisverslag van een spectaculaire tocht door The Mighty Rockies.

De Icefields Parkway loopt van Jasper naar Banff (of andersom natuurlijk) en is 230 kilometer lang. ’t Is een soort autoboulevard langs zeven grote ijsvelden en 25 gletsjers. Je kunt de route het best omschrijven als een oogstrelende panoramarit, parallel aan de hoofdkam van de Rocky Mountains.

Jasper aan de Icefields Parkway

Jasper SkyTram – in de mist naar boven

Het eerste plaatsje op de reis, Jasper, stelt niet veel voor. ’t Is eigenlijk gewoon een lelijk lintdorp. Aan de hoofdstraat liggen snuisterijenwinkels en eettenten. Daarachter vind je tientallen hotels in allerlei soorten en maten. Jasper is toeristenterrein. Busladingen allochtonen dragen hier vorstelijk bij aan het levensonderhoud.

Als je met de plaatselijke ‘SkyTram’ -de langste kabelbaan van Canada- naar boven racet (in zeven minuten ruim 2.200 meter hoogteverschil), dan kun je Jasper aan de voet van Whistlers Mountain zien liggen. Het rangeerterrein, met een vaste stopplek voor ‘The Rocky Mountaineer’, vond ik veruit de leukste bezienswaardigheid. Ik sprak nog even met de machinist van het gevaarte. Hij had het liefkozend over een ‘zij’ als hij op het treinstel doelde. ‘I brought her in this afternoon‘. Het zou de laatste regel van een countryliedje kunnen zijn.

De spoorlijnen lopen dwars door de nationale parken van Canada. Meestal slingeren ze mee met een grote rivier. Je zou daarom kunnen veronderstellen dat die enorme treinen de grootste berendoders zijn. Dat blijkt niet het geval. Het zijn vooral wolvenwelpen die sneuvelen tussen de rails. En als er een beer wordt aangereden, dan is dat een nieuwsbericht in de regionale kranten waard. Zo uitzonderlijk blijkt het te zijn.

Toeristentrein the Rocky Mountaineer in Jasper

 

► Dan nog even een gratis wijsheid: niets is zo veranderlijk als het weer in de bergen. Toen we op weg wilden naar de SkyTram moest ik de weg vragen aan een verkeersregelaar. Ze wees naar een donkere regenwolk die de achterliggende bergen aan het oog onttrokt: “Daar ergens moet u zijn. Veel plezier!”. Tien minuten later scheen de zon. Laat je vooral niet ontmoedigen door een grijs begin van de dag. Het wordt zeker beter (of slechter).

Beren in overvloed langs The Icefields Parkway

 

Bear Country

Het reusachtige nationale natuurpark (10-duizend km2) rondom Jasper is wél de moeite waard.  In mijn vorige verhaal heb ik je al verteld over de enorme hoeveelheid bordjes met ‘No smoking area’. Dat aantal wordt ruim overtroffen door de waarschuwing: ’You are in Bear Country’. Terecht overigens, want ik heb in Canada meer beren gezien dan rokers.

Maligne Lake – één van de vele meren langs de route.

 

► Ach ja, da’s waar ook: nog voordat je Jasper binnenrijdt, moet je de toegang voor een aantal nationale parken betalen. Dat doe je bij veredelde tolhuisjes. Een vriendelijke jongeling in een nagemaakte blokhut vraagt hoeveel dagen je blijft en tikt daarna vlotjes de prijs af op een creditcardmachientje. Reken op een kleine tien dollar per persoon per dag. De kaart is geldig voor de volgende nationale parken: Banff, Jasper, Kootenay, Yoho, Mount Revelstoke, Glacier, Waterton Lakes en Elk Island.

 Het water in de kolkende rivieren kun je tijdens de reis twee kanten op zien stromen. De Rockies vormen namelijk de ‘Continental Divide’, de waterscheiding tussen de rivieren die aan de ene kant in de Atlantische Oceaan en aan de andere kant in de Grote Oceaan uitkomen. De bergketen loopt van Alaska tot New Mexico. Da’s pas een stapel stenen waar je u tegen zegt.

Watervallen

Waterval bij The Natural Bridge

Blijf vooral niet de hele tijd op de gebaande paden die de reisorganisatie je heeft voorgeschreven. Zijwegen zijn vaak het leukst. Zo kun je bij ‘The Crossing’ linksaf naar het plaatsje ‘the Rocky Mountain House’, een kleine 175 kilometer verderop. Je hoeft de weg maar een klein eindje in te rijden en je ziet meteen geen mens meer. Het landschap verandert snel en het barst er van de beesten. Wij zijn tot Lake Abraham gekomen en hebben daar een uurtje in volledige stilte langs de waterkant gezeten.

Behalve ijsvelden en gletsjers zijn er ook hopeloos veel watervallen en wildkolkende rivieren langs de Icefields Parkway. Je hebt een jaar nodig om ze allemaal te bekijken. Ga in ieder geval even naar ‘the Natural Bridge’ in Yoho National park. ’t Is weliswaar niet de hoogste, de grootste, of de gevaarlijkste waterval, maar toch had ‘ie zo’n aantrekkingskracht dat wij er drie keer naartoe zijn gegaan. Andere aanraders zijn: Athabaska Falls en Sunwapta Falls.

Meren

Smaragdgroene meren (en jasjes)

Vlak in de buurt van ‘the Natural Bridge’ ligt ook ‘Emerald Lake’. Dat meertje is net zo groen als Lake Louise en een stuk rustiger (maar nog steeds Kalverstraatachtig hoor).

Vanaf het wereldberoemde Lake Louise kun je ook de oude(re) weg nemen naar Banff: the Bow Valley Parkway. Dat stuk -van zo’n 55 kilometer- verstouwt veel minder toeristen dan de hoofdroute. Vrijwel geen mensen dus, maar je struikelt er over de wilde beesten….

De beren zitten langs de kant van de weg en eten hun favoriete paardebloemen. Elanden, herten, eekhoorns en geiten springen onverwacht voor je bumper. Een heerlijk stukkie asfalt dus. Ik adviseer -om schade te voorkomen- een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. Dan doe je er bovendien lekker lang over.

Las vooral een koffiestop in bij het schilderachtige Baker Creek, want daar schenken ze de beste espresso van heel Canada (bedankt voor de tip Rob Los!).

Banff

Lake Abraham met de smartphone

De laatste plaats van de trip, Banff, is een onmiskenbaar skidorp. Ik ben er niet van. De straten zijn omzoomd door vier- en vijfsterren hotels. Je breekt er je benen over alle restaurants en souvenirwinkeltjes. Van mij mag je het overslaan en meteen doorrijden naar Calgary of Revelstoke.

►  Je weet misschien dat ik normaal gesproken niet kapot ben van de foto’s die de iPhone aflevert. Mijn standpunt is gewijzigd. Vooral bij goede lichtomstandigheden heb ik met de iPhone vaak betere landschapsfoto’s gemaakt dan met de spiegelreflex. De kleuren zijn een stuk intenser en de groothoek doet ook wonderen met je compositie.

Het extra voordeel is dat je meteen terug kunt zien waar de foto is gemaakt. Je krijgt alle info gratis bijgeleverd: naam van de plaats, het park, de snelweg. Je kunt zelfs je reis op de kaart volgen aan de hand van de gemaakte foto’s. Super! Ik heb op alle plekken die ik heb gefotografeerd met de spiegelreflex ook een snapshot gemaakt met de iPhone, al was het maar vanwege die handige naslagfunctie.

 


Schematische weergave Canadareis

 

► Feiten:
Afstand Amsterdam-Vancouver bijna 8.000 km. Vluchtduur: 9 uur.
Tijdverschil met Nederland: 9 uur (8 uur in Alberta).
Totaal aantal autokilometers: 4.750.
Bezochte staten: Britisch Columbia en Alberta.
Overnachtingsplaatsen: Vancouver, Victoria, Tofino, Telegraph Cove, Campbell River, Whistler, Kamloops, Wells Gray, Jasper, ‘the Crossing’ (Icefield Highway), Banff, Revelstoke, Westbank.

Behalve met de prijs van de vlucht en de hotels moet je rekening houden met verblijfkosten. Reserveer -gemiddeld- CAD 150,00 per dag voor 2 personen.


► Lees ook het verslag van een tiendaagse autotrip door het zuidelijk deel van Noord-Amerika.


Voor alle zekerheid: de foto’s op deze website mogen alleen (her)gebruikt en/of (verder) gedistribueerd worden als daarvoor -schriftelijk- toestemming is gegeven door de maker van de beelden. All images: © 2019 Gerard Oonk.

2 comments