Bestaat diefstal als de eigenaar en de dader dezelfde persoon zijn? Die intrigerende vraag bleef hangen na het lezen van het boek ‘De bewaring’ van Yael van der Wouden.
‘De bewaring’ is de debuutroman van Van der Wouden (1987). De recensies zijn nogal wisselend, van loftrompet (4 van 5 ballen bij NRC) tot ‘grote woorden, ronkerig geschreven, kitch’ (Volkskrant). Ik zit aan de kant van de blije lezers, dan weet je dat alvast.
Het huis, Isabel en Eva
Het verhaal speelt zich af in 1961 en is doordrenkt met naweeën van de Tweede Wereldoorlog. Een groot, oud huis in de buurt van Zwolle staat centraal. De hoofdpersoon is Isabel, een 30-jarige vrouw zonder een greintje humor. Ze is stuurs, narrig, een tikkie autistisch, argwanend en a-sociaal. Geen leukerdje dus. Isabel heeft een fikse tik gehad van de oorlog:
“Wat wisten mensen die het over blijdschap hadden van wat het betekende om elke nacht weer te dromen van vliegtuigen die gierend overvlogen en van geklop op deuren en ramen, en vervolgens wakker te worden met een hand om je keel – je eigen hand, om je eigen keel.”
Het leven van Isabel draait om orde, routine en het zorgvuldig bewaren van spullen en herinneringen, alsof ze daarmee grip probeert te houden op het verleden.
Op zekere dag wordt Eva het huis binnengeloodst. Ze is in vrijwel alles het tegenovergestelde van Isabel. Eva heeft een missie, een dwangmatige behoefte om een oude schuld in te lossen. Die opdracht hangt als een klamme deken over het boek. Dreiging op iedere pagina.

En dan is er nog de seksuele spanning (waarvoor de auteur zich in het nawoord bijna verontschuldigt). De relatie tussen Isabel en Eva verandert langzaam. Wat begint als afkeer en wantrouwen, ontwikkelt zich tot een complexe en verboden aantrekkingskracht. De peer op de omslag van het boek hint al in die richting. Isabel wordt geconfronteerd met haar eigen gevoelens, die botsen met de sociale normen van de tijd en haar eigen behoefte aan controle. Deze innerlijke strijd vormt een belangrijk thema in de roman, waarin liefde, identiteit en schaamte centraal staan.
De laagjes in De bewaring
‘De bewaring’ schetst in prachtige, creatieve taal hoe het verleden doorwerkt in het heden, en hoe persoonlijke en historische schuld met elkaar verweven zijn. Isabels ontwikkeling -van gesloten en controlerend naar iemand die geconfronteerd wordt met waarheid en verlangen- vormt de kern van het verhaal. Het boek is daarmee zowel een psychologische roman als een verhaal over liefde, verlies en de onmogelijkheid om het verleden volledig te beheersen.
Meer samenvatting kan ik je niet geven zonder het plot van het boek te verraden.
Ik heb ChatGPT gevraagd om een beetje te helpen. Allereerst bij het maken van de gefantaseerde tekening van het huis. Daarna heeft mijn AI-assistent ook nog een zeer kort uittreksel gecomponeerd, maar dan vanuit het perspectief van de woning. Komt ‘ie.
Ik ben het huis.
Oud. Stil. Vol geheimen die kraken in mijn balken.Ze is hier komen wonen. Isabel. Netjes. Gesloten. Ze veegt mijn vloeren alsof ze grip zoekt. Alsof orde iets oplost. Ik laat haar begaan. Ik ken haar soort. Ze bewaren meer dan spullen.
Dan komt Eva. Onverwacht. Onrustig. Ze loopt anders door mijn gangen. Raakt dingen aan. Opent deuren die dicht horen. Mijn muren luisteren. Mijn kamers houden hun adem in.
Isabel wordt strakker. Korter. Kouder. Ze wil mij controleren. Maar ik ben geen kast die je opruimt. Ik ben herinnering. Ik ben verleden dat blijft hangen als stof in zonlicht.
Eva rommelt. Vindt dingen. Of misschien vind ík haar. Oude sporen. Verzwegen verhalen. Wat hier gebeurde, zit nog in mijn planken. Je hoort het als je stil bent. Eva is stil genoeg.
De spanning groeit. Ik voel het in elke trede. In elke nacht. Isabel kijkt. Eva zoekt. Ze draaien om elkaar heen. Ik duw ze soms een beetje. Een krak hier. Een tocht daar. Niets groots. Net genoeg.
Wat verborgen is, wil naar buiten. Altijd. Dat is mijn specialiteit. Bewaren, ja. Maar ook prijsgeven, op het juiste moment.
Isabel wil vergeten. Eva wil weten. Ik? Ik onthoud alles.
En dus knars ik. Ik fluister. Ik laat iets los.
Ze kunnen mij niet verlaten zonder iets achter te laten. Dat gebeurt hier nooit.
Welkom in mij.
Ik ben het huis uit De bewaring.
En ik laat niet los.

