Je zou kunnen weten dat ik groot voorstander ben van een sterke lokale publieke omroep. Over die bevlogenheid schreef ik jaren geleden het hele internet nog vol. Mijn enthousiasme is alleen maar gegroeid. Ik zit inmiddels bij een plaatselijk nieuwsplatform en volg de ontwikkelingen in het lokale omroeplandschap van dichtbij. En daar gebeurt veel. Heel veel.
Voordat ik uit de doeken doe wat er op stapel staat bij de landelijke lokale (publieke) omroep even een zijspoor. Bij ons op het dorp is er een succesvolle nieuwswebsite. Die wordt gerund door twee vrijwilligers. De artikelen op de site gaan uitsluitend over ons dorp. Dat varieert van verhalen over bijzondere boomvalken, via interviews met de dorpsagent tot verslagen van alles wat er over Hoogland wordt gezegd in de gemeenteraad. Er zijn zelfs dossiers met heikele onderwerpen.
Vroeger heette zo’n initiatief het ‘plaatselijke suffertje’, tegenwoordig hoor ik de term ‘communitynetwerk’. Het maakt me niet uit welk etiket je erop plakt. Ik ben één van de vrijwilligers en supertrots op wat we bereiken. De website is namelijk mateloos populair met zo’n tweeduizend abonnees op de diverse nieuwsbrieven en tienduizenden gelezen berichten per maand. De inwoners van het dorp smullen van onze verhalen. En ze praten erover bij de supermarkt. Weet je hoe dat komt? Mijn collega Gerrit fietst dagelijks door het dorp. Hij spreekt de mensen en zij geven hem tips. Dichterbij kom je niet.
Goed, nu verder over het Grote Broertje, de lokale omroep. Die zit iets verderop in de stad. Daar gaat veel veranderen.
Van lokaal naar streek
Die wijzigingen laten zich vrij eenvoudig samenvatten. Ik doe dat in vijf zinnen.
Ruim 250 lokale omroepen maken plaats voor ongeveer tachtig streekomroepen. Zo’n streek omvat meestal een gebied waarin nu nog meerdere lokale omroepen aanwezig zijn. Het is de bedoeling dat die clubs gaan samenwerken. Iemand heeft bedacht dat zo’n opzet efficiënter is. De financiering verschuift van de gemeenten naar het Rijk en de redacties gaan professionaliseren om de journalistieke kwaliteit te versterken.
Ik ben niet dol op die geografische uitbreiding, want wat mij betreft is lokale journalistiek juist het meest gebaat bij kleinschaligheid. Dat heb ik zojuist laten zien aan de hand van die dorpswebsite. Maar goed, die kleinschaligheid is een gepasseerd station. Streekomroepen gaan er komen, dat heeft ‘Den Haag’ inmiddels duidelijk gemaakt. Op 1 januari 2028 is het zover.
We houden ons in lokaal omroepland op dit moment bezig met grote thema’s als bestuursstructuren, techniek en financiën. Dat is logisch want zonder goede organisaties, redacties en voldoende geld is kwalitatieve journalistiek onmogelijk.
Nieuw aandachtspunt
Ik wil in dit stuk graag een agendapuntje toevoegen aan de gesprekken over sterke lokale nieuwsorganisaties. Iets dat aan de aandacht lijkt te ontsnappen in alle tumult. De grootste kracht van een lokale publieke omroep heeft in principe weinig te maken met geld, techniek of organisatiestructuur. Onze sterkste eigenschap ligt namelijk in het vermogen om een kleine gemeenschap van binnenuit te leren kennen.
Het meeste nieuws komt op de redactie via persberichten, raadsagenda’s of woordvoerders. Dat zijn meestal redelijk betrouwbare bronnen. Toch is het niet altijd het meest verse nieuws en evenmin dekt al die officiële communicatie de volledige lading. Maatschappelijke ontwikkelingen ontstaan veel eerder: in buurten, verenigingen, scholen, bedrijven en maatschappelijke initiatieven.
Als je alleen de bestuurlijke besluitvorming volgt, beschrijf je vooral de uitkomst. Het past veel beter bij een redactie om de ontwikkeling te melden die daaraan voorafgaat. Precies op dat punt onderscheidt lokaal gewortelde journalistiek zich van regionale en landelijke media. De mogelijkheid om intensief en direct contact te hebben met je doelgroep is echt een super-unieke positie.
Nieuwe kansen
Lokale omroepen beschikten jarenlang -vrijwel vanzelf- over die informatievoorsprong. Dat was weliswaar een tikkie indirect, maar toch. Vrijwilligers maakten programma’s, verzorgden techniek of deden verslag van evenementen. Daarnaast waren zij actief in sportverenigingen, kerken, scholen, wijkplatforms of ondernemersverenigingen. Zonder dat iemand daar bewust beleid op voerde, vormden deze vrijwillige medewerkers de haarvaten tussen redactie en samenleving.
Let wel: je moet dat niet overschatten. De presentator van een lokaal countryprogramma is vooral bezig met het uitoefenen van zijn of haar hobby. Als die muziekfan meteen na de uitzending het pand weer verlaat en zich nooit laat zien bij redactievergaderingen, dan is zijn meerwaarde voor de maatschappelijke kennis vrij gering.
Door de professionalisering verandert die oude situatie. Nieuwe streekomroepen kunnen niet altijd terugvallen op zo’n historisch gegroeid netwerk. Het kan zijn dat vrijwilligers afhaken omdat ze zich minder verbonden voelen met een streek dan met hun eigen dorp. Of ze hebben domweg geen zin in al dat gedoe rond die ‘nieuwerwetse’ professionalisering. Dat hoeft niet per se een negatieve ontwikkeling te zijn. Sterker nog: ik denk dat de nieuwe situatie ons uitdaagt om een nog betere aansluiting bij het verzorgingsgebied van de streekomroep te vinden. En dat kan.
Hyperlokale netwerken
Die vanzelfsprekende verbinding van vroeger kunnen we nieuw leven inblazen via hyperlokale netwerken. Dat zijn de talloze verbanden waarin inwoners elkaar dagelijks ontmoeten. De journalisten moeten daar vol induiken, net als mijn collega Gerrit. Laat ik dat groots en meeslepend de maatschappelijke informatiepositie van een redactie noemen: het geheel aan duurzame relaties, kennis en inzichten waarmee de journalisten de gemeenschap leren begrijpen.
Hoe kleiner de afstand tussen redactie en samenleving,
hoe sterker de journalistiek.
In de nieuwe plannen staat dat professionalisering om schaalvergroting vraagt. Ik denk dat goede nieuwsgaring juist nabijheid nodig heeft. Daar zit een spanningsveld. Het is overbrugbaar, maar niet zonder extra inspanning.
Klein is fijn
Laat ik het bovenstaande eens samenvatten.
De lokale omroep zoals we die kennen had vaak al relaties met de ‘haarvaten’, zonder zich daarvan bewust te zijn. De nieuwe, grotere streekomroepen zullen doelgericht moeten werken aan die maatschappelijke verbanden anders verliezen ze een unieke marktpositie.
De toekomst van de lokale publieke journalistiek ligt dus niet alleen in schaalvergroting, maar juist ook in het koesteren van het kleinste niveau.
Een redactie die is geworteld in de samenleving ziet het nieuws eerder.
De cartoons zijn gemaakt met hulp van AI.

